De Tabaksplant
De tabaksplant, Nicotiana tabacum, komt uit de familie der nachtschaden. De belangrijkste kenmerken die de tabaksplant deelt met andere planten in deze familie zoals de tomaat, de chilipeper en de aardappel zijn de brede bladeren. Hier volgt een onderzoek van de tabaksplant en hoe tabaksbladeren worden geselecteerd voor sigaren, in dit geval Cubaanse sigaren.
Een belangrijke eigenschap van de tabaksplant is het gemak waarmee hij gemanipuleerd / gekruist kan worden, om die reden wordt hij vaak gebruikt voor genetische experimenten. Daarom is het moeilijk te bepalen wat de originele variëteit welke als eerste werd gebruikt voor het maken van sigaren. De constante natuurlijke kruisbestuiving op de velden levert een inconsistent product, een probleem waar de Cubaanse industrie mee wil afrekenen.
In de vroege 20e eeuw begonnen onderzoekers op Cuba het aantal variëteiten te verminderen om te komen tot één type tabaksplant. Het eerste experimentele tabaksonderzoek instituut voor dit doel werd opgericht in de regio Pinar del Rio. Omstreeks 1940 was een variëteit ontwikkeld met al de gewenste en geroemde kwaliteiten voor de Havanasigaar. Het werd Criollo genoemd.
Criollo werd het hart van de Cubaanse sigaar, maar één probleem bleef bestaan: Criollo was minder geschikt voor dekblad. In de Verenigde Staten werden Havana's vaak bekleed met dekblad van Sumatraanse tabak simpel omdat dit blad er veel aantrekkelijker uitzag met zijn fijne nerf en lichte in de schaduw gegroeide kleur.
In de vroege jaren veertig werd een Nederlandse botanicus genaamd Nienhuys ingehuurd om een Cubaanse tabaksplant te ontwikkelen welke geschikt was voor dekblad. Na jaren van experimenteren ontwikkelden Daniel Rodriguez en Nienhuys een hybride vorm van Sumatraanse en oorspronkelijke Cubaanse zwarte tabak welke Cubaanse sigaren onderscheiden van anderen: Corojo.
Tezamen vormden criollo en corojo de traditionele tabaksvariëteiten voor Cubaanse sigaren.
Om de verschillende types blad te onderscheiden welke de Cubaanse sigaar vormen is het behulpzaam om te zien hoe bij een volwassen plant de verschillende bladen zijn gecategoriseerd.

Rechts staan de verschillende oogstniveau's. Als het oogsten begint worden de bladeren geplukt beginnend met het onderste blad. Meestal worden niet meer dan 2 tot 4 bladen geoogst in één keer. Na enige dagen worden de volgende bladen geoogst. De bovenste bladen groeien door als de onderste zijn geplukt.
De plukorde is als volgt:
Libre de Pie (Voetblad)
Uno y Medio
Centro Ligero
Centro Fino
Centro Gordo
Corona (kroon, top)
De bladeren aan de bovenkant ontvangen het meeste zonlicht en groeistoffen, en zijn zonder uitzondering de dikste, meest oliehoudende en één na meest krachtig smakende bladeren. De samenstelling van in de zon geteelde tabaksplanten ontwikkeld zich op deze manier, waarbij de lagere bladeren minder smaakvol zijn maar wel andere belangrijke kwaliteiten hebben:
Volado bladeren (het laagste niveau van Libre de Pie en Uno y Medio) worden hoofdzakelijk gebruikt voor zijn goede brandeigenschappen. De meer oliehoudende centrale bladeren branden niet zo makkelijk. Volado bevordert een soepele en gelijkmatige verbranding. Daarom is het een belangrijke component in de samenstelling en wordt vaak gebruikt voor omblad.
Seco bladeren (Centro Ligero en Centro Fino) zorgen voor aroma en smaak, maar niet voor de goede verbranding. Ze zijn vaak droog en bros.
Ligero en Medio Tiempo bladeren (Centro Gordo en Corona) voegen een krachtige smaak toe. Ligero bladeren zijn vrij dik en oliehoudend, terwijl Medio Tiempo de dikste en best buigzame bladeren van de plant oplevert. Ligero is sterk en smaakvol, terwijl Medio Tiempo alleen voor zijn krachtige smaak wordt gebruikt, weinig toevoegend aan de algehele smaak van de melange.
In de schaduw (onder mousseline doek, red.) geteelde tabak wordt gebruikt voor dekblad, zij wordt verder gesorteerd op maat en kleur.
De traditionele Cubaanse variëteiten van tabaksplanten bleken bijzonder vatbaar voor ziekten, speciaal Blue Mold (schimmelziekte, red.) waardoor ze niet meer gebruikt worden in hun originele genetische vorm. In plaats daarvan zijn hybriden ontwikkeld welke resistent zijn tegen deze en andere ziekten zowel op Cuba als elders. Een interessante uitzondering is Honduras, waar de familie Eiroa corojo verbouwt geteeld van origineel Cubaans zaad dat werd verkregen van de familie van Daniel Rodriguez.
Ongeacht de variëteit is de samenstelling van verschillende tabaksbladeren wat het onderscheid maakt. Of het nou dekblad is uit Costa Rica, Volado van de Dominicaanse Republiek of Ligero uit Nicaragua, het is de samenkomst van allen in een sigaar wat leidt tot het resultaat van fijn vakmanschap.


